De laatste dag van onze reis … Vrij goed geslapen in het rustig gelegen Kolping Guesthouse. De kamers liggen er rond een binnentuin, ver weg van de straat en het verkeer, zodat je je afvraagt of je je wel degelijk in een grootstad bevindt … Karina en ikzelf zijn ’s nachts wel wakker geworden met de gedachte dat het al ochtend was – één van ons tweeën om 1u en de andere om 3u, wie wanneer weet ik niet zo goed meer, dat komt ervan als je zo lang na datum je relaas opschrijft 😉 . Boosdoener was het licht op de gang dat ’s nachts bleef branden en door het bovenlicht van de deur onze kamer binnenscheen.
In de voormiddag kozen de meesten van de groep voor een bezoek aan een giraffen- en een olifantenweeshuis. Ikzelf had het op dat moment een beetje gehad met dieren én met de truck 😉 en ben samen met Oscar en Luc met de taxi naar het Nairobi National Museum gegaan. John had hiervoor contact opgenomen met Jules, een vriend van hem, kwestie van geen risico’s te nemen. De rit vanuit ‘Karen’, de wijk in Nairobi waarin ons gasthuis gelegen was en die naar de Deense schrijfster van ‘Out of Africa’, Karen Blixen, genoemd is, bracht ons in ongeveer een half uurtje ter plaatse. Afgaand op wat we vanuit de taxi te zien kregen, oogt Nairobi een moderne stad met een goede verkeersinfrastructuur (en ook files), veel bouwprojecten (met prijzen die met die bij ons vergelijkbaar zijn), hoge reclamebordensupports, al dan niet gevuld (Coca Cola is hier ook alom aanwezig, net zoals reclame voor hair extensions). De keerzijde, de Kibera-slums, waar tussen 600.000 en 1.200.000 mensen of een kwart van de bevolking van Nairobi op amper 2,5 km2 samenwoont, hebben we wel niet gezien…
Het bezoek aan het museum was zeer de moeite en deed zowel wat aan het Museum van Midden-Afrika in Tervuren (de collectie) als aan het Musée des Beaux-Arts in Doornik (de architectuur) denken. De collecties zijn verspreid op 2 verdiepingen en behandelen zowel de fauna en flora van Kenia – met een zeer uitgebreide collectie opgezette vogels in vitrines, soms een beetje griezelig -, de geschiedenis van het land en zijn stammen ( de talrijke stammen waaruit de Keniaanse bevolking bestaat, werden door Joy Adamson, bekend van het opvoeden van het leeuwenwelp Elsa en de auteur van ‘Born free’ geschilderd en de originelen zijn in het Nationaal Museum ondergebracht), het museum herbergt verder ook een uitgebreide collectie menselijke schedels en geeft zo een inzicht in de menselijke evolutie. Wat ik vooral ook interessant vond, was de tijdelijke kunsttentoonstelling ‘1 in 3’, een reizende tentoonstelling rond vrouwenmishandeling met werk van (vooral vrouwelijke) hedendaagse kunstenaars van overal in de wereld op initiatief van de Wereldbank. Blijkbaar is gemiddeld 1 vrouw op 3 in haar leven het slachtoffer van geweld… Het museum was niet alleen omwille van zijn collecties en tentoonstellingen een belevenis! Vele scholen hadden dezelfde dag uitgekozen om het museum als schooljaarafsluiter te bezoeken en het museum gonsde van het kindergejoel, een beetje te vergelijken met de geluiden die je in het zwembad hoort. Overal in het museum kwam je ‘klastreintjes’ tegen: kinderen uit dezelfde klas of school met hetzelfde uniformpje aan die elkaar bij het middel vasthielden om elkaar niet kwijt te raken. Dat gaf vaak grappige situaties, bv. wanneer ze langs een vitrinekast met een boot erin passeerden, hoorde je een echo van ‘boat’, ‘boat’, ‘boat’, …. Het viel ook op dat de kinderen zeer gedisciplineerd waren. Om 13u had ik weer met Luc en Oscar afgesproken om iets in het domein van het Museum te eten. We vonden een leuk, rustig terrasje ( de scholen hadden een aparte lunchvoorziening) met uitzicht op de lager liggende tuin waarin een terrarium ondergebracht was. De hamburger met groenten (mijn bestelling) en de samosa’s (bestelling van Luc en Oscar) smaakten !
Om 14u hadden we opnieuw met Jules afgesproken om ons naar het ‘Karen Blixen House’ te brengen. Daar zouden we normaliter de rest van de groep treffen, maar blijkbaar begon de vermoeidheid wat door te wegen. We waren al op weg toen we het bericht lazen, dus zijn we ook daar met ons drietjes naartoe getrokken. Bij aankomst kregen we prompt een lokale gids toegewezen, een jongeman die de geschiedenis van het huis en de biografie van de schrijfster mooi uit het hoofd geleerd had😉. Algauw kregen we een rondleiding door het mooie en goed geconserveerde huis, dat kort na de verfilming van haar boek ‘Out of Africa’ een museum geworden is. Het domein rond het huis (‘at the foot of the Ngong Hills’) is adembenemend mooi met zijn goed onderhouden gazon, weelderige planten, struiken en bomen (waaronder een avocadoboom, koffiestruik en kerstroosboom) en baadt in rust. Er staan ook nog een aantal werktuigen uit de tijd toen Karen Blixen en haar eerste man in de buurt ervan een koffieplantage exploiteerden.
Jules was een uurtje later op de afspraak om ons weer naar Kolping te voeren en had in de tussentijd bier voor het thuisfront kunnen kopen, zoals ik hem gevraagd had. Het is immers niet zo eenvoudig om alcohol in Kenia te kunnen kopen. In de supermarkten vind je die niet in de rekken, maar zijn er soms speciale bureautjes waar je er toch kunt aan raken. Dit komt niet alleen door de Islam, die door een goede 10% van de bevolking beleden wordt; er is als het ware een algemeen misprijzen voor alcohol door de verslavingen, het geweld, de verkeersongelukken die deze veroorzaakt.
De rest van de groep had na hun giraffen- en olifantenweeshuisbezoek – dat zeer goed was geweest – wat gerust in het hotel ter voorbereiding op onze terugvlucht (opstijgen vanuit Nairobi om 1u30).
Op de kamer de belevenissen van de dag met Karina uitgewisseld, een deugddoend doucheke genomen en de bagage klaargemaakt. Rond 17u30 was iedereen vertrekkensklaar en verzamelden we aan de balie van het hotel om uit te checken en John en Dickson, onze chauffeur en kok die ons zo fantastisch tijdens de reis begeleid hebben, te bedanken met een woordje en een fooi. Blijkbaar vonden ook zij het heel aangenaam om ons te begeleiden en voor ons te koken. Ze stelden zich zelfs kandidaat om volgend jaar opnieuw een groep te begeleiden en riepen ons op om kennissen en vrienden warm te maken om ook naar Kenia te komen. Dus bij deze …
Dickson bedankte ook iedereen voor de steun aan ‘Dickson’s Greenhouse project’ en benadrukte hoe dit klein duwtje in de rug grootse dingen had voortgebracht en nog verder zal voortbrengen. Na dit toch wel emotionele moment zijn we rond 18u met de truck/bus naar ‘The Carnivore’ vertrokken voor ons ‘laatste avondmaal’. The Carnivore is een gigantisch eethuis dat bekendstaat om zijn variëteit aan gegrild vlees: struisvogel, krokodil, rund, lam, … en nog een hele rij meer. Het werkt volgens het principe ‘zolang het houten blokje met vlag niet plat op tafel ligt, wordt er doorlopend gegrild vlees aangeboden’. Kwam het nu door de grootte van onze groep (22), ik vond in ieder geval dat de bediening zeer jachtig was met op nauwelijks 3 kwartier tijd een constante aanvoer van vleessoorten, zodat je bijna altijd 5 verschillende stukken vlees op je bord had en soms niet meer wist wat je aan het proeven was, te meer daar de verlichting zeer schaars was. Er waren per 6 personen sausjes en groentjes voorzien maar als je er zoals ik een beetje te ver van zat, had je vaak alleen maar vlees op je bord😕. Niet direct mijn idee van rustig en gezellig tafelen. Bovendien was de prijs hoger dan aanvankelijk meegedeeld (36€ i.p.v. 30€, inclusief dessert) en mochten John en Dickson niet gratis eten, zoals hen beloofd was omdat ze een grote groep aanbrachten. Een beetje een afknapper dus.
Daarna hebben John en Dickson ons rechtstreeks naar de Joma Kenyatta-luchthaven gebracht, waar we uitgebreid afscheid van hen hebben genomen… We waren ruim op tijd, te meer daar ons vliegtuig ongeveer 3 kwartier later dan voorzien (pas rond 2u15) opsteeg. Zoals de meesten wat gesoesd, gemijmerd, wat gelezen, in extremis nog een kaartje ‘vanuit Kenia’ naar het werk verstuurd via de app van Bepost …
Kortom, een gevarieerde en goedgevulde slotdag van een mooie reis!
Isabelle